De Bossche Beiaarden

Beiaard of carillon

Nederland is een beiaardland bij uitstek. In de 17e eeuw hebben de klokkengieters François en Pieter Hemony het muziekinstrument geperfectioneerd. Nog steeds leveren de Nederlandse klokkengieters beiaarden over de hele wereld. Recent nog een klok voor de Notre-Dam in Parijs. In Nederland heeft bijna iedere stad nog wel een (automatisch bespeeld) beiaard. Het aantal stadsbeiaardiers neemt daarentegen geleidelijk aan af. Noord-Brabant spant wat de beiaardcultuur betreft de kroon. Wie de lijst van Noord-Brabantse beiaarden doorneemt, ziet dat vaak oude luidklokken in het huidige klokkenspel zijn opgenomen. Een echt oud carillon is dat van het stadhuis in Den Bosch (Hemony, 1649). In de toren van de Sint-Jan hangt een beiaard uit 1925 van de Engelse klokkengieter Gillett & Johnston.
De oorsprong van het klokkenspel, ook wel beiaard of carillon genoemd, ligt in de 14de eeuw. Toen verschenen de eerste uurwerken in de torens. Al vrij snel ging men dit uurwerk verbinden met een hamer, die op de klok de uren aansloeg. Om de bevolking opmerkzaam te maken op de uurslag, speelden enkele kleinere klokken vooraf automatisch een melodietje, de z.g.n. voorslag. In ís-Hertogenbosch is dat om zes minuten voor het hele uur ëde klick veur dín bultí. De automatische speelcarillons laten meestal ieder kwartier een melodietjes horen. In de 16e eeuw kwam men op het idee de klepels van de klokken te verbinden met een stokkenklavier. Hierdoor kreeg de beiaardier de gelegenheid om met zijn handen en voeten de klokken op een meer eigen wijze melodieus te laten klinken.
Bekende Brabantse klokkengieterijen zijn Petit & Fritsen in Aarle-Rixtel en Koninklijke Eijsbouts in Asten. Deze laatste is nauw betrokken bij de Bossche beiaards. De historie van dit bedrijf begint wanneer Bonaventura Eijsbouts zich in 1872 als uurwerkmaker en beiaard/klokkeninrichter te Asten vestigt. Eijsbouts was in Nederland de beiaardinrichter voor de Engelse klokkengieters (Gillett & Johnston) en die van Taylor door Addicks. Na de Tweede Wereldoorlog is dit bedrijf zelf klokken gaan gieten. In bijna alle gevallen zijn de beiaarden eigendom van de overheid en is de bespeler ervan in dienst als ambtenaar. De beiaardier is daarom de laatste overgebleven stadsspeelman te noemen. De beiaard wordt regelmatig bespeeld niet alleen via de speeltrommel maar ook via het stokkenklavier. Tijdens de Bossche Beiaardweek zijn speciaal hiervoor ingerichte concertseries te horen.

 
Bossche Klokkengieter
Al vele honderden jaren hebben Bosschenaren kunnen genieten van de beiaardmuziek vanaf de torens van de de Sint-Jan en van het stadhuis. Al in 1425 speelde in 's-Hertogenbosch "Alart metten clocken" op de beiaard in de toren van de Sint-Jan. Deze Alart is de eerste van een onafgebroken reeks beiaardiers. Vandaag de dag is Joost van Balkom de stadsbeiaardier, de derde generatie uit de familie van Balkom. In de beginperiode zijn de klokken gebeierd door te trekken aan draden die met de klepels van de klokken waren verbonden. Vanaf het begin van de zestiende eeuw kende 's-Hertogenbosch een beiaard van veertien klokken, gegoten door de Bossche klokkengieters Willem en Jaspar Moer. Een soorttement klavier was met draden verbonden aan de klepels waardoor de klokken werden bespeeld. In de zeventiende eeuw werden daar voetpedalen aan toegevoegd. Door de beiaard te kunnen bespelen met handen en voeten op het stokkenklavier is de beiaardspeelkunst verbeterd en tot volle bloei gekomen. In 1642 heeft de klokkengieter Jacob Noteman uit Leeuwarden tien klokken gegoten voor de Sint-Jan. De grootste klok in de toren is genoemd naar deze klokkengieter de Noteman. Een klok van ca 5750 kg met een doorsnede van ca 215 cm. Met de klokken die resteerden uit de zestiende eeuw, aangevuld met de klokken die in 1647 zijn geleverd door Van Spraeckel, telde de beiaard 26 klokken.

De beiaard van het Stadhuis

Regelmatig gaan bezoekers de toren van de Sint-Jan in om het oude uurwerk en de luidklokken en het carillon te bezichtigen. Weinig mensen daarentegen zijn ooit in het torentje van het stadhuis geweest. De klim daar naartoe is niet eenvoudig en heel beperkt toegankelijk. Een eenzame speelplek, maar wel eentje met een magnifiek uitzicht op de markt. In de zeventiende eeuw is de klokkenspelkunst tot zeer grote bloei gekomen. Dit kwam omdat de Utrechtse stadsbeiaardier Jacob van Eyck in samenwerking met de beroemde klokkengieters de Gebrs. Hemony ontdekten hoe men klokken kon stemmen, op de juiste toonhoogte brengen. In het stadhuis van 's-Hertogenbosch hangt nog steeds een bijzondere Hemony-beiaard uit 1649. Deze beiaard is lin 1951 met 13 klokken uitgebreid en met 7 klokken in 1975, allen gegoten door de Koninklijke Ejsbouts.Deze klokken vormen nu samen met de 15 oude Hemony-klokken uit 1649 een licht drie-octaafse-beiaard. In het torentje van het stadhuis bevindt zich nog een klok, de uurslagklok (ook wel de Mariaklok genoemd) uit 1372. …Èn van de alleroudste en nog in gebruik zijnde klok in Nederland. Deze klok is naar alle waarschijnlijkheid gegoten door een Bossche Klokkengieter: Jacobus van Helmont.(In de 14e-16e eeuw was 's-Hertogenbosch een beroemd klokkengieters centrum.)

Op deze Mariaklok een prachtig gedicht:
Ic heit Maria d'oercloc
Die lude staen na mi op
Ic werd geslaghen vandezen werc
Daarom ben ic groet ende sterc


Nieuwe beiaard voor de Sint-Jan

Na de zeventiende eeuw raakte het gieten en stemmen van klokken in de vergetelheid. Pas in de negentiende eeuw ontstond opnieuw belangstelling voor het bespelen van de beiaards. Rond 1870 heeft Van Aerschodt uit Leuven een geheel nieuwe beiaard gegoten voor de Sint-Jan. In 1915 schreef Toon van Balkom daarover het volgende in de krant: ïëDe klank van de klokken, vooral die van het bovenste octaaf, is zeer onzuiver. Dit klokkenspel is het omvangrijkste, maar tevens het leelijkste - of in elk geval een der leelijkste - van ons land. Het is zo verschrikkelijk vals, dat het niet om aan te horen is. Zou de tijd nog verre zijn, dat men in den toren van een der prachtigste bedehuizen van Noord-Nederland een der mooist beiaarden aanbrengt?" Er werd geld ingezameld en in 1924 kon de firma Eijsbouts uit Asten een nieuwe beiaard voor de Sint-Jan bestellen bij Gillett & Johnston in Croydon. Toon van Balkom, stadscarillonneur, Dr. J. Casparie, M.A. Brandt Buijs en Jef Denijn, directeur van de Beiaardschool en stadscarillonneur in Mechelen werden door de gemeente 's-Hertogenbosch aangewezen om de nieuwe klokken te gaan keuren. De firma Gillett & Johnston had daar geen bezwaar mee. De klokkengieters hebben er voor gezorgd dat twee klokken van Hemony en de grote klok van Jacob Noteman zijn ingepast in de nieuwe beiaard. Op 16 juli 1925 werden 38 Engelse klokken uitgeladen in ís-Hertogenbosch. Op 14 augustus, tijdens het Wereldbeiaardcongres, klonk voor het eerst het ëOude Wilhelmusí over de stad, gespeeld op de nieuwe beiaard door Jef Denijn. Sindsdien heeft deze Bossche beiaard een prominente plaats gekregen in de Nederlandse beiaardwereld. Niet in het minst door toedoen van de familie van Balkom, waarvan drie generaties sinds 1915 de beiaard bespelen. Tussen 1925 en 1931 heeft ëGillett & Johnstoní tien beiaards gegoten voor Nederland. Van deze beiaards zijn die van Barneveld, Sneek, Oldenzaal en 's-Hertogenbosch in 1941 aangemerkt als monumentale beiaards. Hierdoor zijn deze beiaards gespaard gebleven tijdens de Duitse bezetting. De overige Gillett & Johnston beiaards zijn gevorderd en veelal omgesmolten tot kanonnen. De beiaard in de Sint-Jan is in Noord Brabant de enige ëGillett and Johnstoní beiaard die nagenoeg nog compleet is. De beiaards van Tilburg, Hilvarenbeek en Breda zijn verdwenen. Van de beiaard in Breda zijn na de oorlog enkele klokken teruggevonden en weer teruggeplaatst in de Grote kerk. In Nederland is naast de beiaard van de Sint-Jan alleen nog de ëGillett & Johnstoní beiaard van de Plechhelmusbasiliek in Oldenzaal compleet.

Bossche beiaards worden concertbeiaards

Eind 2003 en begin van 2004 zijn de beiaards in het stadhuis en van de Sint Jan gerestaureerd. De klokken zijn schoongemaakt, opnieuw gestemd en het dradensysteem tussen het stokkenklavier en de klepels [de tractuur]) is verbeterd. In de Sint-Jan zijn er zeven nieuwe klokken bijgekomen. Het beiaardklavier is vernieuwd, maar de 75-jarige stalen- en vooral authentieke roestige en doorgezakte ophanging mocht van de Rijksdienst niet vervangen worden! Deze uitbreiding tot een concertbeiaard past in de moderniteit. ëEigentijdse beiaards bestaan uit 57 klokkení aldus Joost van Balkom. De beslissing voor de renovatie van de beiaard heeft de gemeente (verantwoordelijke) en vooral de beiaardier nogal wat overtuigingskracht gekost. De Rijksdienst voor Monumentenzorg (de beiaard is een rijksmonument) gaat zeer zorgvuldig te werk en ziet primair toe op het behoud van het orginele monument. Aanvankelijk mocht de beiaard alleen schoongemaakt worden. Iedere verdere verandering zou de status van het monument kunnen aantasten, was de mening van de Rijksdienst. Uiteindelijk is wel toestemming gekregen om de beiaard aan te passen tot concertbeiaard. Op 15 februari zijn de tien nieuwe klokken door bisschop Hurkmans in de hoogmis gewijd. De twintig centimeter hoge klokjes zijn daarna ingepast in de beiaard. Deze klokjes hebben onder meer de namen gekregen van oud plebaan van de Camp en van de oud-beiaardier Sjef van Balkom. Ook Jan Bruens en Herman Durville (oud-voorzitters van de Bossche Beiaardstichting) hebben een eigen klokje gekregen. Sinds 2004 beschikt ís-Hertogenbosch weer over twee  concertbeiaards, die hun vrolijke klanken over de stad blijven uitstrooien. Een bijzonder aspect van het cultuur historisch erfgoed waar de stad trots en uiterst zuinig op moet zijn.

Torenbeklimming

De beklimming van de toren van de Sint-Jan kan alleen onder leiding van een gids van de Kring Vrienden van 's-Hertogenbosch. Informatie hierover is te vinden op de website: www.kringvrienden.nl